Klepspeling stellen

De klepspeling moet iedere 7.500 km gecontroleerd worden.
Meten tussen de stelschroef van de tuimelaar en de klepsteel.

De klepspeling van de inlaat- en uitlaatklep moet 0,20 mm bedragen,
gemeten bij koude motor.

Om vroegtijdig inbranden van de uitlaatkleppen te voorkomen kan deze klepspeling op maximaal 0,25 mm worden ingesteld.
Hieronder het systeem om de kleppen snel te controleren en te stellen.



CILINDER 1 op ontsteken zetten
Verdraai de krukas totdat de rotor in het verdelerhuis bij het merkteken staat.
Stel de inlaatklep 1 en 2.
Stel de uitlaatklep 1 en 3.

CILINDER 4 op ontsteken zetten
Verdraai de krukas totdat de rotor in het verdelerhuis tegenover het merkteken staat.
Stel de inlaatklep 3 en 4.
Stel de uitlaatklep 2 en 4.

Met 1 krukasomwenteling van 360 graden zijn alle kleppen nagesteld.
Draai de krukas helemaal rond en controleer de ingestelde klepspelingen.

Gereedschap
Ringsleutel 14
Grote schroevendraaier
Voelermaat 0,20 en 0,25

Materiaal
Nieuwe klepdekselpakkingen
Afdichtpasta Elring Dirko HT (rood)

TIP
Controleer de contactpunten
Controleer het ontstekingstijdstip
Controleer de speling van de distributieketting
Controleer de nokkenas en de loopvlakken van de tuimelaars (gebruik spiegeltje)
Geef de tuimelaars en de nokken extra olie voordat de klepdeksels gemonteerd worden
Controleer de speling van de verdeler-as, zie onderhoud verdeler

Naar boven
Gewijzigd op 22-10-2004
Klepspeling instellen tussen stelschroef en klepsteel